juryrapport 2015

Juryrapport Jan Hanlo Essayprijs Groot  Download hier PDF

 

Voor u staat de voorzitter van een enthousiaste jury. Bij elkaar hebben we zestig essayistische boeken beoordeeld die in 2013 en 2014 verschenen en veel daarvan waren heel goed, zowel als het om het literaire of het meer politieke essay ging. We hebben er enerverende en stimulerende gesprekken over gevoerd, bijvoorbeeld als we stuitten op thematische verwantschap. Veel boeken gingen op een of andere manier over identiteit, verschillende over lot en wil. Heel wat boeken proberen deze tijd te duiden, vergeven als die is van ironie, stormachtige technologische ontwikkelingen en materialistisch ík ben mijn brein’-denken. Veel boeken gaven blijk van groot engagement.

 

Het kostte ons bij die overvloed aan kwaliteit nog behoorlijke moeite om tot een shortlist van vijf te komen. Wij hebben bij onze uiteindelijke keuze de voorkeur gegeven aan, om met Joost de Vries te spreken, ‘essayboeken’. Anders dan in de essaybundel, waarin de schrijver losse stukken heeft opgenomen waar soms ook wel een rode lijn in te ontdekken valt, heeft het essayboek een onmiskenbare samenhang, is het ook als boek gecomponeerd. Het is de indruk van de jury dat in Nederland het essayboek steeds meer aan terrein wint. Dat het essay een springlevend genre is waaraan ook jonge schrijvers zich vol overgave wagen. En dat daarbij geëxperimenteerd wordt met nieuwe essayistische vormen: de grenzen tussen literair verhaal en essay, tussen ‘memoir’ en essay en tussen biografie en essay lijken soms te vervagen.

 

Terzijde toch een noot van zorg van de jury: een aantal door de jury zeer gewaardeerde essayboeken kreeg maar heel mager aandacht van de literaire kritiek.

 

De jury nomineerde de volgende vijf boeken:

 

Gratis geld voor iedereen van Rutger Bregman

Bregman schreef een sprankelend politiek boek over de kracht van ideeën. Met veel vaart en overtuiging presenteert hij de lezer een soort show van de beste politieke ideeën die we niet of nauwelijks kennen.  Of het nu om het basisinkomen gaat, de vijftien-urige werkweek of een wereld zonder armoede – Bregman weet met een vrolijke zelfverzekerdheid en met sterk gekozen voorbeelden de dominante politieke dogma’s van nu onderuit te halen. Hij is daarbij zelf moeilijk in het hokje van links of van rechts te plaatsen en dat is heel verfrissend.

 

Angst en Schoonheid. Louis Couperus, de mystiek der zichtbare dingen van Bas Heijne

Heijne schreef een on-Nederlands boek waarin hij biografie, literaire kritiek en persoonlijke fascinatie vloeiend in elkaar laat overgaan. Hij haalt Couperus naar het heden en gaat de confrontatie met hem aan; het essay gaat evengoed over hem zelf. Over angsten, over manieren om de wereld te zien. Het essay begint met een raadsel en je wordt steeds dieper in het raadsel meegenomen. Daarbij snijdt Heijne op een lichte manier grote thema’s aan: de relativering, wat het betekent om door alles heen te kunnen kijken; het ideaal om weg te dromen; de zelfopheffing; het kolonialisme.

 

Iets meer dan een seizoen van Stephan Sanders

Toen Sanders werkte aan een essay over Almere pleegde zijn oude vriend Anil Ramdas zelfmoord en kon het niet anders of het moest ook over hem gaan, en over hun inmiddels verwaterde vriendschap. De parallellen dringen zich ook op: Almere symboliseert het geloof in maakbaarheid; Ramdas zou niet minder dan de Nederlandse Naipaul worden. Ramdas blijkt Almere ook op zijn duimpje te kennen. Iets meer dan een seizoen is bovenal een hartstochtelijk en genadeloos essay over vriendschap in de geest van Montaigne. Het is zeer intiem, zonder dat je je als lezer ooit voyeur voelt. Het is een boek met een grote inzet, waarin Sanders ook zichzelf, de hautaine grachtengordelintellectueel, allerminst spaart.

 

En hier een plaatje van een kat van Arjen van Veelen

Van Veelen bedrijft lichtvoetige cultuurkritiek in de traditie van Roland Barthes. Zijn beschrijvingen van hedendaagse mythes gaan uit van concrete casussen, maar hij is ook altijd persoonlijk, gaat de confrontatie aan met zichzelf. Hij laat zichzelf ook verleiden tot het drinken van energiedrankjes als Red Bull of het kopen van dat T-shirt dat je buikje doet verdwijnen. Hij beschrijft de absurditeiten van het moderne leven zo dat de lezer echt aan het denken wordt gezet. Zijn observaties zijn scherp en origineel en zijn taal tintelt en bruist.

 

Vechtmemoires van Joost de Vries

Het essayboek van De Vries heeft een heel eigen, nieuwe vorm: de grens tussen essay en verhaal is soms nauwelijks te trekken, doordat hij op een sterk associatieve, beeldende manier schrijft. Er staan meer klassiek-literaire essays over schrijvers in Vechtmemoires, maar die maken deel uit van een grote zoektocht als ware het boek een roman. De Vries probeert zich te verhouden tot de ironie, de verhoogde reflexiviteit die ironie met zich meebrengt en het willen ontsnappen daaraan. De titel Vechtmemoires suggereert dat hij wil vechten, zich wil engageren, maar hoe doe je dat precies? In fonkelende, verraderlijk lichte zinnen gaat het uiteindelijk om een echte queeste: het vinden van de eigen identiteit.

 

De jury vond het al moeilijk om tot een shortlist te komen, het viel ons helemaal zwaar om een winnaar aan te wijzen tussen deze boeken die elk op hun unieke manier uitzonderlijk zijn. We hebben uiteindelijk gekozen voor de virtuoze cultuurkritiek die we onszelf ook aantrokken, want dat buikje, hebben we dat niet allemaal? De winnaar van de Jan Hanlo Essayprijs Groot is Arjan van Veelen.

 

Dick Pels, Ieme van  der Poel, Niña Weijers en Xandra Schutte (voorzitter)



Juryrapport Jan Hanlo Essayprijs Klein  Download hier PDF

 

‘Waarover zal ik zingen’, vraagt Jan Hanlo zich in zijn gelijknamige gedicht af. Er volgen allerlei geheel niet poëtische dingen als regenjassen, blinkend aluminium, auto’s, tabak, afgewisseld met klassiek dichterlijke onderwerpen als het lover van geboomte, de zon en blauwe lucht, bloemen over water en dat wat droevig is. Elke strofe eindigt hij ironisch met: ‘of zal ik zingen over de liefde’? Alsof hij wil aangeven dat een echte dichter natuurlijk over de liefde dicht, dat de vraag eigenlijk niet eens gesteld hoeft te worden, maar dat niets zo sleets en zo moeilijk is als zingen van de liefde.

 

Het was dus nogal een lastig thema dat de essayisten van de Jan Hanlo Essayprijs Klein hadden meegekregen: ‘over de liefde’.

 

Na het lezen van de 70 essays die dit jaar werden ingezonden was de jury het hartgrondig met Jan Hanlo eens: over regenjassen, aluminium en auto’s is het waarschijnlijk eenvoudiger schrijven dan de liefde. Het merendeel van de ingezonden essays was met opvallend grote zorg geschreven, maar even opvallend was dat de unieke ervaring die de liefde toch is tot veel algemeenheden leidde. Alsof het nauwelijks kan, een eigen taal voor de liefde vinden. Een aantal essayisten ontsnapte aan de al snel clichématige algemeenheden over de liefde door specifiek over de poëzie van Hanlo te schrijven – dat leverde een paar goede essays op. Of door zich op de liefde voor dingen, vriendschap of rouw te richten. Veel essayisten probeerden specifiek te zijn door eigen liefdeservaringen als uitgangspunt te nemen. Het resultaat: nogal wat essays die de ikkerigheid niet ontstegen. Soms waren het ook eerder literaire verhalen die we te lezen kregen dan essays.

De liefde is een breed begrip: van verliefdheid tot seks, van ouderliefde tot liefdesverdriet – het kwam allemaal aan de orde. Opmerkelijk vaak kwam de film Her van Spike Jonze terug in de essays. Een heel aantal inzenders probeerde toch een min of meer actueel essay over de liefde te schrijven, waarin de vraag werd opgeworden wat de nieuwe technologieën - van onze smartphones, het sms’en en app’en tot datingsites als tinder - met ons verlangen naar de geliefde, naar liefde doen.

 

De jury vond de volgende vier essays eruit springen. Ze zijn alle vier stilistisch sterk en origineel:

 

Benjamin DeMesel schreef met ‘Marc groet ’s ochtends de smartphone’ een speels essay met een verrassende vorm: consequent spreekt een ‘wij schrijvers’ de lezer toe. Net als Jan Hanlo neemt DeMesel ironisch afstand van die geijkte romantische liefde en vraagt hij zich af of we niet evengoed van dingen kunnen houden, en dan vooral van de nieuwe dingen waarover ‘wij schrijvers’ zo weinig zingen. De slimme telefoon, de tablet, de computer, die net als wij kunnen rekenen en denken. ‘Ze ontwaken ’s morgens naast ons, brengen belangrijke berichten en onderhouden ons met roddels.’

Miriam Rasch heeft het in ‘Een kleine biologische banaan: fonofilia in 12 scenes’ ook over liefde en technologie, in het bijzonder over de invloed van de telefoon - de ouderwetse en de slimme van tegenwoordig - op verliefdheid en verlangen. Het is een oorspronkelijk en sterk betoog, waarin Rasch het verschil tussen echt en virtueel ontmaskert.

Coco Schrijber eindigt haar essay ‘Gods bandrecorder loopt altijd’ met de expliciete oproep: ‘Nomineer mij.’ Gewoonlijk zijn jury’s ongevoelig voor zo’n pertinente vraag, maar Schrijber schreef zo’n bijzonder, lyrisch stuk, met de ene na de andere prachtige zin, dat wij ons snel gewonnen gaven. De slotzin is bovendien functioneel: in haar essay reflecteert Schrijber ook op het eigen schrijven; het gaat niet alleen over vriendschap, maar is ook zelf een ontroerende daad van vriendschap.

Jeroen Hopster schrijft in ‘Attenborough en de aantrekkingskracht van de liefde’ over de spanning tussen de romantische en biologische liefde. Het essay springt soepel heen en weer tussen goed gekozen persoonlijke anekdotes en lichtvoetig geschreven scènes uit het dierenrijk. Het leest echt als een zoektocht: is de romantische liefde meer dan biologisch paargedrag? En welke illusies spelen er niet allemaal een rol als het om de liefde gaat?

 

Alle vier de genomineerde essays zijn verleidelijk en sterk, maar de jury koos als winnaar het meest overtuigende betoog, het essay dat ambieerde iets te zeggen over liefde in deze technologische tijden, zonder daarbij modieus te zijn. De Jan Hanlo Essayprijs Klein gaat naar Miriam Rasch.

Dick Pels, Ieme van der Poel, Niña Weijers en Xandra Schutte (voorzitter)