JHEP lezing 2007

Tijs Goldschmidt Foto: Jean van Lingen

fragment uit de lezing met geprojecteerde foto's van Paulien Oltheten:

 

…Door displays als dit ‘wegkijken’ talloze keren te observeren en kwantitatief te analyseren volgens de methode die Cullens leermeester Niko Tinbergen in de jaren dertig en veertig had ontwikkeld, kon je niet anders dan concluderen dat wegkijken van het vrouwtje een remmende werking heeft op de agressie van het mannetje. Wegkijken houdt in dat je je nek laat zien, of preciezer gezegd: dat de dreiging die uitgaat van de scherpe snavel wordt weggenomen. Gedrag dat op het eerste gezicht geheimzinnig lijkt, wordt uiteindelijk begrijpelijk en zelfs voorspelbaar. Want displays treden op in stereotiepe volgordes en corresponderen met bepaalde motivatietoestanden: agressief of angstig, dreigend of verleidend, ophitsend of kalmerend. Wat de meeuw ermee bereikt is globaal gezegd een grotere, of juist een kleinere afstand tot een soortgenoot. Zo kon Cullen uiteindelijk een groot deel van het gedrag van haar drieteenmeeuwen functioneel verklaren zonder ooit haar toevlucht te nemen tot romantische, menselijke projecties. Ze kreeg ook inzicht in het ontstaan van gedragsaanpassingen van de drieteenmeeuwen aan het broeden op nauwe richels. U zult zich misschien afvragen wat dit

 

 

 

soort observaties in godsnaam te maken hem met mensengedrag of essayistiek, maar vergeet niet dat Dirk van Weelden in zijn bundel Straatsofa een minnaar beschrijft die in een dronken bui bekent dat het hem nooit is gelukt zijn vriendin tijdens het vrijen aan te kijken. Zo zou ik talloze overeenkomsten kunnen opsommen tussen mensen en meeuwen die mogelijk overeenkomstige wortels hebben.

 

Een meeuw die op een klifrichel nestelt, en niet op de grond, ontloopt daarmee de fatale aanvallen van vossen op eieren of kuikens, maar krijgt er andere gevaren voor terug. Nieuwsgierige drieteenmeeuwkuikens die al snel nadat ze uit het ei zijn gekropen de omgeving verkennen, vallen te pletter. Natuurlijke selectie straft exploratiedrang, nieuwsgierigheid en initiatief in die levensfase genadeloos af. Het kuiken dat zich niet verroert is sterk in het voordeel. Het drieteenmeeuwkuiken zit dan ook even stil op het nest als Cullen in haar schuilhut. 

Wanneer ik kijk naar de foto’s en video’s van Paulien Oltheten moet ik, na enige tijd, altijd denken aan het werk van Esther Cullen. Ik ben het niet van plan en toch overkomt het me steeds weer. De foto’s en video’s van Oltheten lijken wél en tegelijkertijd helemaal niet op het werk van Cullen. Waar zit hem dat in? Ik zie deze twee vrouwen, hoewel ze aanmerkelijk in leeftijd verschillen, als alternatieven van elkaar. Oltheten zou met haar onbevangen blik en grote opmerkingsgave geknipt zijn geweest voor het werk van Cullen. Omgekeerd sluit ik niet uit dat een hedendaagse versie van Cullen, die door omstandigheden niet in de wetenschap maar in de beeldende  kunst was beland, video’s en foto’s in de geest van Oltheten zou maken: mensen op straat, in parken, of op andere plekken in de publieke ruimte. Mensen die in gezelschap van anderen verkeren en zich tot elkaar of tot objecten (parkbanken, vuilnisbakken, tassen) verhouden. Een opleiding manipuleert vanzelfsprekend de manier waarop je de werkelijkheid benadert. Dat is zelfs zo als een veldbioloog en een straatfotograaf, zoals Cullen en Oltheten, een verwante manier van observeren hebben.   

En ook de essayisten van vanavond hebben oog voor het gedrag van mensen en dieren In het essay de werkvloer van de werkelijkheid schrijft Roel Bentz van den Berg: ‘De grootste zorg gaat uit naar de kleine dingen: hoe het zonlicht in het want speelt, de glanzende kromming van het dek, de waggel van een meeuw op de reling.’…